|
Startpagina
De Marrons, het
binnenland en de 35ste jaardag van de
onafhankelijkheid van Suriname
Roël, R.
Lugard, woonachtig in Harderwijk, Nederland en
voorzitter van stichting Teeifuka - 24112010
Op 25 november 2010 is
Suriname precies 35 jaar onafhankelijk van
Nederland. Om deze 35ste jaardag van de Suriname
tot een onvergetelijke te maken, is er een
presidentiële commissie ingesteld onder leiding
van de heer Ivan Graanoogst. Terwijl de
commissie Graanoogst bezig is voorbereidingen te
treffen om de 35ste jaardag in het hele land
goed te laten merken in opdracht van president
Desi Bouterse heeft zich in het Paamaka gebied
in een goudmijn een ongeluk voorgedaan met
verlies aan mensenlevens. Tot 6 december 2010
was tal van festiviteiten gepland. Maar
vicepresident Robert Ameerali heeft gezegd dat
i.v.m. met de mijnramp de feestweek zal worden
aangepast. Ik condoleer daarom Suriname met het
verlies en tegelijkertijd feliciteer ik de
mensen die rede hebben tot feestvieren met de
35ste jaardag van Onafhankelijk Suriname.
I.v.m. met de jaardag van
de onafhankelijk Suriname, wil ik kort mijn
mening geven over de relatie: Marrons, het
binnenland van Suriname en de onafhankelijkheid
van Suriname.
In 1975, toen Suriname
onafhankelijk is geworden was ik net 10 jaar
geworden, woonde in het binnenland, maar kan mij
niks meer herinneren van de festiviteiten in
verband met deze “Srefidensi dey”. Kennelijk
heeft deze belangrijke dag voor Suriname mij
geen bijzondere herinnering achtergelaten. Ik
heb mij afgevraagd waarom dit belangrijke moment
in de geschiedenis van Suriname voor mij zo
emotieloos is en blijft. Wat ik mij wel kan
herinneren van srefidensi is een oude kalender
van het jaar 1976, die aan de wand in het huis
van mijn broer, Lodewijk hing, toen ik in 1980
voor verdere studie in Paramaribo aankwam. Op
die kalender stond een geweldige Surinaamse
vlag, gevormd door mensen. De mensen die de
onafhankelijkheid bewust hebben meegemaakt,
zullen deze door mensen op het
onafhankelijkheidsplein gevormde vlag nog goed
herinneren. Ik mocht dat 5 jaar later
bewonderen. Ik denk dat in mijn dorp op de
Onafhankelijkheidsdag geen bijzondere
festiviteiten hebben plaatsgevonden en daardoor
heb ik geen andere bijzondere herinnering aan de
Onafhankelijkheidsdag zelf. Eigenlijk is dat
triest dat een jongen van 10 jaar zo’n
bijzondere gebeurtenis in zijn land heeft gemist
en dan niet omdat hij zich afgezet heeft tegen
de maatschappij, maar juist omdat de
maatschappij hem niet de kans heeft geboden om
dit gebeuren bewust mee te maken.
Waarom ik pas op mijn 15de
naar Paramaribo voor verdere studie ben gegaan
is omdat ik pas op mijn 7de voor het eerst naar
school ging. In die tijd begonnen wij in de
fleubelklas, dan de hoge fleubelklas, vervolgens
de eerste t/m de zesde klas en als je geluk had,
ging je voor verder studie naar Paramaribo.
Nu terugdenkend, is mijn
conclusie dat de kinderen in Paramaribo bewust
de overgang naar een onafhankelijke Suriname
hebben meegemaakt, terwijl de kinderen in het
binnenland zich niet bewust van deze verandering
waren en daardoor voor hen geen betekenis heeft
gehad. Als Marronkind had ik dus geen emotionele
band met de Onafhankelijkheidsdag van Suriname.
Voor mij en heel veel andere Marronkinderen was
dinsdag 25 november 1975, een doodgewone dag.
Misschien zijn wij naar de kerk gegaan, zoals
wij elke zondag deden, omdat het een vrije dag
was, denk ik.
Wat kan dit voorval voor de
bijdrage van deze Marronkinderen aan
natievorming in Suriname betekenen? Ik daag
historici, sociaalwetenschappers en antropologen
uit om een antwoord op deze vraag te geven.
De “feestcommissie” heeft
gezegd dat alle districten optimaal zullen
worden betrokken via de districtscommissarissen.
Het is heel jammer dat anno 2010 wordt gesproken
over districten en niet over woongemeenschappen.
Als deze feestcommissie het hele land wou
betrekken bij de festiviteiten, zou men beter
als het om het binnenland gaat, de zaak kunnen
benaderen via dorpen, woongemeenschappen en niet
alleen via de districtcommissarissen, maar ook
via de Gaama/dorpsbesturen en NGO’s die in het
binnenland actief zijn.
De machthebbers van
Nederland en Suriname hebben samen het
binnenland van Suriname vóór de
onafhankelijkheid, maar ook daarna genegeerd en
uitgesloten. Een voorbeeld is de besteding van
de verdragsmiddelen. De 1,59 miljard euro’s (3,5
miljard gulden) die Nederland voor Suriname na
de onafhankelijkheid heeft gereserveerd, is op
geen enkele wijze structureel ingezet voor de
ontwikkeling van het binnenland.
Ik heb sterk de indruk dat
ook na 35 jaar onafhankelijkheid van Suriname,
het binnenland en de Marrons die daar wonen nog
steeds geen verschil merken van de
onafhankelijke Suriname en die daarvoor. Wij
moeten ons schamen dat na 35 jaar
onafhankelijkheid, Marronkinderen nog steeds op
hun 6de/7de naar school mogen (op dit punt,
heeft de onafhankelijkheid geen verbetering
gebracht), dat ze minder mogelijkheden en kansen
hebben zich verder te ontwikkelen, dat ze
studiemogelijkheden ontberen, dat Marrons en
Indianen, woonachtig in het binnenland niet vrij
kunnen kiezen waar ze willen wonen en werken.
De Suriname van mij, als
Marron heeft helemaal geen rede tot feestvieren.
De Suriname van de heer Graanoogst en president
Bouterse waarschijnlijk wel. Daarom heb ik in
het begin van mijn verhaal alleen de mensen
gefeliciteerd, die rede tot feestvieren hebben.
terug naar
boven |